Een gezonde mond is belangrijk voor iedereen. Bij jongeren met een beperking zien we echter dat mondproblemen vaker voorkomen. Meestal is daar niet één oorzaak voor, maar gaat het om een combinatie van factoren zoals een droge mond, moeite met poetsen of medicijnen die invloed hebben op de mond. Door te begrijpen wat er in de mond gebeurt, kun je veel problemen voorkomen en de mond zo gezond mogelijk houden.
In deze editie van We vragen het aan geven tandartsen Ineke Wolswijk en Tim van Adrichem praktische tips en inzichten uit de praktijk. Zij leggen uit waar je op kunt letten om de mond gezond te houden en welke ondersteuning daarbij kan helpen.
Wat gebeurt er in de mond
In een gezonde mond zitten altijd bacteriën. Dat is normaal. Deze bacteriën vormen samen met speeksel en etensresten een laagje op de tanden: tandplak. Wanneer iemand eet of drinkt, vooral als daar suiker in zit, maken deze bacteriën zuren aan. Deze zuren maken de tanden tijdelijk zwakker. Gelukkig helpt speeksel om dit weer te herstellen. Speeksel speelt een belangrijke rol in het beschermen van de mond. Het spoelt voedselresten weg, maakt zuren minder schadelijk en helpt het gebit sterk te houden. Wanneer dit evenwicht verstoord raakt, kunnen er problemen ontstaan zoals gaatjes of ontstoken tandvlees.
Bij jongeren met een beperking raakt dit evenwicht soms sneller verstoord. Een veelvoorkomende oorzaak is mondademhaling of het vaak openhouden van de mond. Hierdoor droogt de mond sneller uit. Er is dan minder speeksel aanwezig, waardoor zuren minder goed worden geneutraliseerd en tandplak makkelijker blijft zitten. Dit vergroot de kans op tandvleesontsteking, gaatjes en een slechte adem. Sommige jongeren hebben juist veel speeksel of gebruiken sondevoeding. In die situaties zien we vaker tandsteen. Ook dan is en blijft goede mondverzorging belangrijk.
Ook medicijnen kunnen invloed hebben op de mondgezondheid. Veel jongeren gebruiken één of meerdere medicijnen, en deze kunnen op verschillende manieren effect hebben op de mond. Zo kan de speekselproductie verminderen, waardoor de mond droger wordt en het gebit minder goed beschermd is. Medicijnen kunnen ook invloed hebben op het tandvlees, waardoor het gevoeliger wordt of sneller gaat bloeden. Daarnaast kunnen medicijnen invloed hebben op de spieren. Sommige jongeren gaan bijvoorbeeld meer knarsen of klemmen. Dit kan leiden tot slijtage van het gebit of klachten aan de kaakspieren. Omdat medicijnen vaak invloed hebben op de mond, is het belangrijk om altijd aan de tandarts of mondhygiënist door te geven welke medicijnen worden gebruikt. Samen kan dan gekeken worden wat dit betekent voor de mondzorg en welke extra aandacht nodig is.
Mondverzorging
Naast deze factoren speelt de dagelijkse mondverzorging een grote rol. Bij motorische beperkingen is goed poetsen niet altijd vanzelfsprekend. Wanneer iemand afhankelijk is van hulp, kan het voorkomen dat er minder effectief of minder regelmatig wordt gepoetst. Hierdoor kan tandplak zich makkelijker ophopen.
Goede mondverzorging thuis is daarom de belangrijkste stap om problemen te voorkomen. Het advies is om twee keer per dag twee minuten te poetsen met tandpasta waar fluoride in zit. Fluoride helpt om de tanden sterker te maken en beschermt tegen gaatjes. Voor veel mensen werkt een elektrische tandenborstel beter, omdat deze vaak effectiever schoonmaakt. Na het tandenpoetsen in de avond is het de bedoeling dat er alleen nog water wordt gedronken en niet meer wordt gegeten. Het geeft rust om een vaste volgorde aan te houden tijdens het poetsen. Bijvoorbeeld eerst de buitenkant van de tanden, daarna de binnenkant en als laatste de kauwvlakken. Las tijdens het poetsen gerust een korte pauze in als dat prettig is. Spuug overtollige tandpasta zo mogelijk uit of verwijder deze met een gaasje om de vinger. Wist je dat je de mond na het poetsen beter niet na kunt spoelen?
Ook het schoonmaken tussen de tanden is belangrijk, omdat daar makkelijk tandplak achterblijft. Ragers hebben hierbij vaak de voorkeur. Als dat niet lukt, kunnen andere hulpmiddelen worden gebruikt. De tandarts of mondhygiënist kan helpen om te bepalen wat het beste past. Sommige jongeren hebben juist veel speeksel of gebruiken sondevoeding. In die situaties zien we vaker tandsteen. Ook dan is en blijft goede mondverzorging belangrijk.
Ook de houding tijdens het poetsen kan verschil maken. Poetsen in een rolstoel met het hoofd tegen een hoofdsteun geeft meer stabiliteit. Als er geen hoofdsteun is, kan het helpen om het hoofd tegen een muur te laten rusten. Dit maakt het makkelijker om goed en veilig te poetsen. Bij jongeren met slikproblemen is het extra belangrijk om goed op de houding te letten tijdens het poetsen. Rechtop zitten helpt om verslikken te voorkomen. Soms is het beter om het hoofd iets naar voren te houden. Tijdens het poetsen of een behandeling bij de tandarts is het belangrijk om regelmatig even te stoppen, zodat er rustig geslikt kan worden.
Wanneer zelfstandig poetsen en/of ragen moeilijk is, is het belangrijk dat ouders of begeleiders helpen. Indien er veel wisselende verzorging is, is het verstandig een poetskaart te maken. Dit is een stappenplan hoe de mond verzorgd moet worden. Zo weet iedere verzorgende hoe de mond op een voorspelbare en aangename manier verzorgd wordt. Als het risico op gaatjes verhoogd is, kan de tandarts adviseren om extra fluoride te gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij een droge mond, mondademhaling, medicatiegebruik of wanneer er al gaatjes aanwezig zijn. In dat geval kan een tandpasta met een hogere hoeveelheid fluoride worden voorgeschreven. Dit gebeurt altijd in overleg met de tandarts.
Rol van de tandarts
De tandarts kijkt niet alleen naar gaatjes, maar vooral naar het risico op problemen. Bij jongeren met een verhoogd risico betekent dit dat controles vaker plaatsvinden en dat er extra aandacht is voor preventie en begeleiding. Zorg voor een vaste behandelaar en maak je behoefte én beperking bespreekbaar. Door dit vooraf te bespreken voorkom je stress en dat draagt bij aan prettige behandeling.
Soms is behandeling in een gewone tandartspraktijk lastig. Dan kan worden verwezen naar een tandarts met ervaring in gehandicaptenzorg of naar een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Ben je op zoek naar meer informatie over centra voor bijzondere tandheelkunde, klik dan hier.
Tot slot is het goed om te weten dat ook de functie van de mondspieren invloed kan hebben op het gebit. De tandarts zal hier tijdens de controles naar kijken. Wanneer de spieren van de tong, lippen of wangen niet goed samenwerken, kan dit invloed hebben op de stand van tanden en kiezen. In sommige gevallen kan begeleiding door een logopedist of een beugelbehandeling helpen. Je mag dit dan ook altijd bespreken met je tandarts.
Take home message
Mondzorg bij jongeren met een beperking vraagt om maatwerk. Door goed te kijken naar de situatie, duidelijke afspraken te maken en samen te werken, kan de mondverzorging zo prettig en effectief mogelijk worden gemaakt. Het belangrijkste is dat de zorg wordt afgestemd op wat voor de jongere zelf haalbaar en comfortabel is. Vraag de tandarts naar de mogelijkheden en laat bij twijfel doorverwijzen naar een gespecialiseerd centrum.

Dit artikel is geschreven door tandartsen Ineke Wolswijk en Tim van Adrichem. Beiden zijn afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Naast hun werk in de algemene tandartspraktijk volgt Ineke de opleiding tot Tandarts-Gehandicaptenzorg bij het CBT Vogellanden en volgt Tim de opleiding tot Restauratief Tandarts bij de NVvRT.
Terug naar nieuwsBen je nieuwsgierig geworden naar het Route 18 traject? We staan altijd open voor een verkennend gesprek om jouw vragen te beantwoorden.
Spreken we je snel?© 2026 Route 18 - Alle rechten voorbehouden